Over het belang van religieuze symbolen

Ik gaf mijn eerste lezing voor een erg klein gezelschap: een aantal van de leden van de Groningse loge van de Theosofische Vereniging. Ik was ongeveer 19 en studeerde, officieel, scheikunde. Een van mijn medestudentes was mee gekomen. Mijn voornaamste boodschap was, die avond, dat symbolen vooral gezien moesten worden als beginpunt voor overweging en meditatie. Geen enkel symbool had maar een betekenis. De betekenis van symbolen moest worden gevoeld en van meerdere kanten benaderd. Met andere woorden: het proces was belangrijker dan elk antwoord. Mijn medestudente scheikunde zei na afloop: ze wilden alleen weten wat de betekenis van de symbolen was, en hoorden niet dat je zei dat ze hun eigen betekenis moesten vinden. Ze had geen ongelijk.

Tenslotte is het heel gewoon: willen we niet allemaal liever antwoorden dan vragen? Doen we kruiswoordpuzzels niet om de vreugde van het af hebben? In feite zijn kruiswoordpuzzels een lange serie van vragen die, binnen de context van de puzzel, maar een juist antwoord hebben. De enige mensen die ik ooit ontmoet heb die lang met vragen kunnen rondlopen zijn wetenschappers. Leraar na leraar heeft me verteld dat het bij het schrijven van een wetenschappelijk paper niet gaat om het vinden van het juiste antwoord. Of zoiets. Ik heb ze nooit echt geloofd. Tenslotte heb ik nooit een wetenschappelijk paper gelezen dat niet eindigt met een antwoord op de oorspronkelijke vraag – zelfs als de vraag veranderde tijdens het schrijven.

En toch: die houding van vragen is belangrijk, ook als het om symboliek en spirituele groei gaat. Stilstaan is dodelijk. Denken dat je het antwoord weet is een garantie om nooit verder te komen. Om die reden was ik blij te merken dat Sri Krishna Prem en Sri Madhava Ashish (ik noem ze verder samen Ashish) in hun ‘Man the Measure of All Things‘ veel ruimte nemen om uit te leggen hoe men om dient te gaan met de symboliek in De Geheime Leer en religie in het algemeen.

Wie mij kent, weet dat ik van feiten hou. Ik hou van het gevoel het antwoord te kennen. Ik heb ook de neiging mijn meningen nogal sterk te uiten. Ik hoop wel dat ik van gedachten verander als ik er achter kom dat ik het fout had, maar verder ga ik niet. Toen ik 19 was aan de andere kant, was ik ondergedompeld in niet weten. Ik zat in een proces van mediteren op symbolen, ze visualiseren en nadenken over getallen en hun relatie tot symbolen. Ik deed precies wat ik mijn mede logeleden vertelde te doen. Naast mijn eigen intuïtie was De Geheime Leer mijn voornaamste bron van inspiratie. Uiteindelijk ben ik toch tot conclusies gekomen over wat ‘een’ betekent, en ‘twee’ enzovoorts.

Ik kan dat gevoel nog oproepen, van ondergedompeld zijn in gevoel, gedachten en niet weten. Het lijkt op het gevoel dat hoort bij het wakker worden uit een droom die in je hoofd blijft hangen en de hele dag bij je blijft.

Ashish verwijst ook naar dat gevoel. Op p. 29 citeert hij Jane Harrison die zegt: ‘Ook die mist van de vroege ochtend moeten we niet zien als een schadelijke mentale mist, als een teken van ziekte, zwakheid, bewegelijkheid. Het is noch verwarring noch zelfs synthese; het is eerder als het ware een protoplasmische volheid en kracht nog niet gearticuleerd in de vormen van hun uiteindelijke geboorten … Het is noodzakelijk deze primaire eenheid van ideeën in het oog te houden, niet te zien als verwarring.’ (Jane Harrison, Prolegemena to the Study of Greek Religion)

Blavatsky gebruikt veel symbolen in haar Geheime Leer. Ashish merkt terecht op dat ze vaak verschillende symbolen gebruikt voor het zelfde (p. 32). Om die reden zijn er leraren die bij het bestuderen van De Geheime Leer lijsten maken van alle symbolen en de leerlingen bij elk symbool associaties op te schrijven, in voorbereiding op het boek. Dit is waarschijnlijk een goede methode, omdat het het denken helpt zich van zichzelf bewust te worden. Daarna De Stanzas te lezen kan het effect hebben dat Ashish als doel aan het hele boek toe schrijft: “Niet om analytische kennis van het discursieve denken (manas) over te brengen, maar de gevoels-kennis van de intuitie (buddhi).” (p. 30) “De intellectuele logica van ‘B is of A of niet-A’ moet worden overstegen wil de werkelijkheid in haar totaliteit begrepen kunnen worden. Voor dit doel zal men ondervinden dat het archaische symbolische denken, met haar vloeibaarheid en schijnbare vaagheid, een onmisbaar instrument is.”

Vanuit dit perspectief wordt het duidelijk dat de tegenstellingen in de oude geschriften er niet zijn om overheen te praten – ze moeten onder ogen gezien en zijn een bron voor meditatie. Omdat … ze de spiegel zijn van ‘De diepe en donkere emotionele krachten van die kant van onszelf die we beschrijven met ‘gevoel’ in plaats van ‘denken‘. (p. 31) Dit verwijst duidelijk naar een soort Jungiaans begrip van onze psyche en onze relatie met het universum. Inderdaad gaat Ashish door te zeggen dat “Nu, als altijd, zijn die concrete symbolen de werkelijke en echte taal van onze psyche, en, of we nu zoeken naar kennis van het macrocosmische universum of van het microcosmische zelf, we moeten contact maken met die meesteres Psyche voor kennis van de gevoelskant van het leven. Zonder dit zullen onze overpeinzingen even ongebalanceerd zijn als een wereld die geen nacht kent, geen donkere helft van de maancyclus, en geen zuidelijk pad van de zon in de winter, maar alleen het schaduwloze licht van de MidDag aan de evenaar.

Dit stuk heeft me rond gebracht – na 14 jaar van studie van theosofie, wetenschap en wereldreligie, ben ik nog steeds van mening dat de uiteindelijke betekenis van symbolen primair ervaren moet worden – en dat elke interpretatie in woorden een beperkte afspiegeling is van de werkelijke betekenis.

12 thoughts on “Over het belang van religieuze symbolen”

  1. ik begrijp er helemaal nix van Katinka, welk symbool bedoel je dan eigenlijk? is het de bedoeling dat we ieder een soort geheimschrift met symbolen ontwikkelen ofzo? ik begrijp er weer helemaal nix van maar het zal wel aan mij liggen.

  2. Hoi Rafie,

    Symbolen als het Christelijke kruis, maar ook de symboliek van tarot kaarten, de kabbalah, getallensymboliek etc. De symboliek in sprookjes, mythen etc. Om die te begrijpen moet je er meditatief mee in contact komen. Althans, dat vind ik. En dat is ongeveer de boodschap van bovenstaande.

  3. Katinka,

    Symbolen zijn wat je er zelf van maakt en er in ziet.Het kruis is een heel machtig symbool,enorm veel mensen zitten er zelfs voor op hun knieen.
    In men stad is er een jong vrouwtje die eigenlijk te veel weet over mij en ze begint door mij aan occulte.Ik geef haar een juweel in de vorm van een pentagram om rond haar hals te dragen.Geen brol.
    En wat doet ze ermee…het ligt onder haar hoofdkussen en gaat er niet meer weg…wil ik maar zeggen je maakt er van wat jezelf wilt

    Groetjes Armand Vanbiervliet

  4. Katinka, gebruik je zelf een orakelsysteem om dingen mee te duiden? Ik heb nooit zo beseft dat orakelsysteem symbolen ook religieus zijn, of is dat niet zo? In ieder geval zijn symbolen volgens mij pas echt sterk en functioneel als ze een systeem vormen zoals de tarot of de i tjing, het christelijke kruis is wel veruit populairst maar is volgens mij meer iets wat een emotionele gehechtheid aan zich draagt, zodra men zich met een symbool identificeert is het zo dat andere symbolen dalen in de rangorde, maar de bedoeling van symbolen kan toch nooit bedoeld zijn met het idee dat je het ene symbool belangrijker vind dan het andere of wel? Je k0mt ermee uit op de functie van taal, als je taal gebruikt gaat het erom dat je elkaar begrijpt, het gaat niet om de afzonderlijke woordbetekenissen. Daarom is symboolverering iets wat vaak misverstanden met zich mee brengt vind ik, emotionele gehechtheid aan het christuskruis houd maar al te vaak in dat men een boedhabeeld verkeerd vind ed.

  5. Rafie: Het woord religieus is wat lastig. Ik weet niet wat je ermee bedoelt en weet dus ook niet hoe ik op je vraag moet antwoorden. Maar in de context van mijn stukje: ja, volgens mij zijn de symbolen van orakelsystemen ook op deze manier te benaderen: met je intuïtie.

    Ik heb ervaring met zowel de tarot als de i-ching en heb veel gehad aan een astrologisch consult een paar jaar geleden. Over het geheel genomen ben ik er achter dat deze zaken voor mij niet op langere termijn helpend zijn.

    Dat mensen zich hechten aan religieuze symbolen is duidelijk. Ik ben met je eens dat dat een probleem kan zijn als het afkeer van andere symbolen tot gevolg heeft. Dat betekent nog niet dat er geen diepere betekenis in zit. Het Kruis, bijvoorbeeld, is op allerlei manieren geïnterpreteerd en speelt een belangrijke rol, als symbool, niet als CHRISTELIJK symbool, in Blavatsky’s Geheime Leer.

  6. Uiteindelijk kan je ertoe komen de totale som van alle zintuigelijke ervaringen opgedaan in het hele leven ook vatten als een symbool wat bestaat uit verschillende elementen van de fysieke werkelijkheid. Er zal in die verscheidenheid van symbolen en vormen toch een eenheid zijn die de mystieke ervaring binding geeft. Als een symbool uiteenvalt, is het de vraag wat het eigenlijk was, de vraag die het oproept is dan eigenlijk weer voeding voor het volgende symbool, of zie ik dat verkeerd? De onwetende mist van de jeugd is daarmee buitengewoon essentieel voor het ervaren van mystiek. Het ontbreken van wijsheid en richting in het leven kan daarmee weleens worden veroorzaakt door een gebrek aan (en variatie van) cultuursymbolen. groetjes van rafie.

  7. Hi Katinka,
    Als ik vragen mag, hoe wordt het kruis dan in Blavatsky’s geheime leer geinterpreteerd?
    Met religieus bedoel ik de beinvloeding door de grote institutionele godsdienstige systemen zoals de christelijke kerk, de islam, het hindoeisme en het boedhisme.
    Met spiritueel bedoel ik spirituele beinvloeding, samen met de traditionele godsdiensten ook de beinvloeding door alternatieven voor de traditionele godsdienst, natuurreligie en vrijdenken.
    En ik heb nog een vraag, ik kwam in de geheime leer tegen dat het zwarte ras, zwart is door zonden, dat viel me nogal tegen van Blavatsky, hoe leg jij dat uit? want iemand kan tenslotte toch de ene keer als zwart en de andere keer als blank incarneren. Ik vind het daarom best wel vreemd dat iemand als Blavatsky zoiets zegt, je zou eerder denken dat het blanke ras veel meer zonden heeft begaan, of snap ik het niet helemaal goed? Graag hoor ik je visie hierover, groetjes rafie.

    1. Hoi Rafie,

      Wat een vragen. Ik zal die vraag over het kruis in een apart stukje bespreken. Wat dat zwarte ras en die zonden betreft, heb je toevallig een pagina nummer of zo? En een citaat? Dat maakt het makkelijker te beantwoorden. Hou er rekening mee dat Blavatsky van allerlei mensen citeert – en dat is niet automatisch haar eigen mening.

      Verder – Blavatsky schreef eind 19de eeuw. De gevaren van discriminatie waren toen (voor de tweede wereldoorlog) nog niet zo duidelijk als nu.

      Hou er ook rekening mee dat hoewel het nu misschien redelijk lijkt om het ‘witte ras’ van allerlei zonden te beschuldigen, Blavatsky een heel lange tijdsspanne neemt. Zij gaat er vanuit dat in Atlantis hele foute dingen gebeurden: zwarte magie – en dat karma moet ook in onze tijd nog uitwerken. Misschien dat ze dat bedoelde.

      Hoe dan ook – wat ze precies bedoelde kan ik je pas uitleggen als ik weet waar ze dat schreef. Welke editie van De Geheime Leer heb je voor je?

  8. Hi Katinka, de passage die ik bedoel staat in stanza X 39. de geschiedenis van het vierde ras. over het ontstaan van de mens.
    We leven nu in het vijfde ras, ik weet niet of het betreffende gedeelte over huidskleur gaat. Zowiezo is het spreken over rassen iets wat heel foute consequenties kan hebben omdat je er dan van uitgaat dat een bepaalde groep verantwoordelijk is voor het benadelen van een andere groep.

    1. Ik zie het. Die passage is ook wel geïnterpreteerd als dat deze mensen van zonde een zwart aura kregen.

      Verder gaat het hier om de eerste mensen die, biologisch gezien, ons aller ouders zijn. Of we nu wit, geel, of bruin als kleur van onze huid hebben: we stammen af van ‘negers’. En geen enkele neger heeft werkelijk een zwarte huid. Het is altijd bruin, soms heel donker bruin.

      In stanza X van deel twee van De Geheime Leer gaat het om de zondeval esoterisch uitgelegd: als het ‘in zonde vallen’ van de eerste mensen die ‘volledig mens’ waren. Dat wil zeggen: de eerste mensen die intelligentie koppelden aan een fysiek lichaam. Die zondeval is het voorland van ons allemaal.

      Het woord ‘ras’ was eind 19de eeuw nog niet goed uitgekristalliseerd: niet als biologisch begrip en al helemaal niet als sociaal begrip. Ze wisten nog niet eens zeker, volgens mij, of we wel allemaal tot de zelfde ‘soort’ hoorden.

      In De Geheime Leer is ras een spiritueel label. De Boeddha wordt gezien als iemand van een hoger ‘ras’ dan zijn zoon. Zijn zoon was een doodgewone jongen, niets bijzonders. Hij zelf was spiritueel van hoog niveau. Aan dat voorbeeld kun je zien dat Blavatsky niet geïnterpreteerd moet worden als racistisch in de moderne zin van het woord. Dat is de sleutel tot elke opmerking die ze maakt die nu als racistisch geïnterpreteerd zou kunnen worden.

Comments are closed.