» Home » Spirituele groei » Leven in taal? Over de beperkingen van woorden…

Leven in taal? Over de beperkingen van woorden…

by Katinka Hesselink on May 19, 2011

Ik ben mezelf aan het bijscholen in de Westerse filosofie, zoals jullie weten. Een van de dingen waar filosofen zich in de laatste eeuw veel mee bezig gehouden hebben is taal: de beperkingen van taal, hoe gesprekken door taal beperkt worden, dat taal de voornaamste grond is voor cultuur.

Als ik mensen hoorde zeggen dat we in taal denken, dat we ALLEEN in taal denken, ben ik het daar altijd mee oneens geweest. Ik was behoorlijk goed in wiskunde op de middelbare school en dacht daarbij in beelden. Ik heb me de vierde dimensie helder voorgesteld, toen ik begin twintig was. Ik heb zelfs een object uit papier en ijzerdraad gemaakt waarmee ik de deeltjes en golf aspecten van de moderne fysica combineerde. Terugkijkend, met mijn begrip van het onderwerp nu, denk ik dat ik het hele punt miste, overigens.

Het is dus, vanuit mijn ervaring, een feit: we kunnen in beelden denken. Dat doen we. De kracht van TV advertenties zit niet in woorden, maar in beelden en geluid.

Toen ik zo’n 15 jaar geleden met schrijven begon kwam ik er al snel achter dat er beperkingen waren aan wat ik kon schrijven. Ik kon alleen schrijven wat gezegd kon worden.

Dat klinkt waarschijnlijk nogal vreemd. Dat komt omdat er over praten zelf me al bij de beperkingen van taal brengt. Er was een gevoel van een diepte in mij die woorden zocht, maar ze niet vond.

Ik voelde een grens aan wat mensen konden horen, wat woorden geacht werden te zeggen.

Ik voel die grens nog steeds – er is een hele kant aan het leven die woorden ontwijkt, die niet gezegd kan worden.

Maar laat ik wat dichter bij huis gaan met mijn centrale punt: de manier waarop we over spiritualiteit praten is cultureel bepaald. Er is, in mij, een diep gevoel van hoe taal en cultuur verweven zijn en beperken wat gezegd of zelfs voorgesteld kan worden.

Neem ‘The Secret’ – niet voor niets is de term nooit in het Nederlands vertaald: in het Nederlands klinkt het veel minder goed ‘Het Geheim’. De Nederlandse nuchterheid barst gelijk al in lachen uit. We hebben het Engels nodig om het mysterie ervan vast te houden. Uit de bol.com omschrijving van The Secret:

Je hebt een groot geheim in handen. Er bestaat een eeuwenoud Geheim: The Secret. Het werd gezocht, gevonden en weer verloren, het is gestolen en voor veel geld doorverkocht. Tot nu toe was kennis van dit Geheim voorbehouden aan een kleine kring van ingewijden. Plato, Galileo en Einstein kenden The Secret, net als de succesvolste uitvinders, denkers en ondernemers in de geschiedenis.

Die zelfde tekst zonder Engels:

Je hebteen groot geheim in handen. Er bestaat een eeuwenoud Geheim: The Secret. Het werd gezocht, gevonden en weer verloren, het is gestolen en voor veel geld doorverkocht. Tot nu toe was kennis van dit Geheim voorbehouden aan een kleine kring van ingewijden. Plato, Galileo en Einstein kenden het Geheim, net als de succesvolste uitvinders, denkers en ondernemers in de geschiedenis.

Het leest als fantasy, en toch is het een van de spirituele bestsellers van de afgelopen 5 jaar. Omdat met het gebruik van het Engelse ‘Secret’ iets van de magie in het nuchtere Nederlands geïmporteerd wordt. Wat we in het Nederlands nauwelijks durven voorstellen, nauwelijks gezegd kan worden, kan dat met behulp van het Engels opeens wel.

‘The Secret’ is een uitdrukking van een ultiem Amerikaans optimisme. De gedachte dat als je het je maar voor kunt stellen, en vervolgens naar die voorstelling handelt, dat je dan alles kunt bereiken. Of het nu gaat om materieel succes, of gezondheid, of verlichting…

De donkere kant ervan is dat het negatieve in het leven, de hopeloosheid, de noden, de (letterlijke) honger ontkend worden.

Of je dat nu op onze economie plakt, of op de gevolgen van de stijgende voedselprijzen op arme mensen overal ter wereld, of op de gevolgen van de dalende huizenprijzen voor mensen met een top-hypotheek…
Het is waar dat mensen daaruit alleen kunnen ontvluchten als ze zich voor kunnen stellen dat ze eruit kunnen komen. Maar de boodschap van ‘het geheim’ is er een van ontkenning: deze aardse beperkingen zijn niet echt. En die ontkenning van wat IS, is niet eerlijk.

Het doet me denken aan mijn eerste pogingen om schrijver te worden. Ik durf mezelf tegenwoordig soms schrijver te noemen, nu dat ik mijn brood online verdien. Maar mijn eerste stappen in deze richting zette ik een jaar of 15 geleden, binnen de Theosofische Vereniging. Wat ik toen schreef was beperkt door de taal en gedachten die ik in de Theosofische Vereniging geleerd had, hoewel ik vanaf het begin ook de taal en ervaring van de praktische psychologie gebruikte.

Ik was, als schrijver, te onzeker om er op te staan gepubliceerd te worden, of zelfs te vragen waarom artikelen niet gepubliceerd werden. Een artikel werd helemaal genegeerd en mijn conclusie was dat ik niet goed genoeg was.

Wat deed ik toen? Ik publiceerde wat ik schreef online, want die behoefte tot zelfexpressie WAS. Online kon ik mijn eigen publiek vinden. Ik leerde zoekmachine optimalisatie en de rest ‘is history’, zoals ze in het Engels zeggen.

Het punt van mijn verhaal is dat ik me nooit voorgesteld heb zo succesvol te worden als ik nu ben. Wat ik deed was gebruik maken van mijn opties zoals die er in elk punt op dat pad waren en van daaruit door bewegen. Mijn onzekerheden waren een beperking en in plaats van daartegen te vechten, bewoog ik met ze mee en vond mijn eigen pad.

Denk eens terug naar het jaar 2000 – technologie zat in de lucht, en het internet ook. We vroegen ons collectief af of computers de overgang naar het nieuwe millennium aan konden en de eerste internetbubbel was nog niet uit elkaar gespat. Mensen zagen nog niet veel meer in het internet dan een plek waar porno verspreid werd. Maar dat was niet het internet zoals ik dat kende. Ik ontmoette theosofen online, leerde verschillende perspectieven op de theosofische geschiedenis.

Ik had er niet het minste idee van dat ik ooit mijn brood online zou verdienen. Ik had het perspectief van mezelf als docent (wiskunde en scheikunde). Mijn internet activiteiten waren een hobby.

Gedachten zijn NIET alles. Waar ik vandaag ben is het logische gevolg van wat ik in 1998 deed en leerde. Mijn handelingen en neigingen hebben mijn pad geschapen, niet mijn gedachten.

Vanuit spiritueel perspectief komt de tegenovergestelde vraag op: levert het iets op om voorbij taal te gaan? Om voorbij conditioneringen te gaan, zoals Krishnamurti zou zeggen?

Krishnamurti zou nooit over nut gepraat hebben. Hij wees de weg naar een pad zonder conditioneringen. Hij had een punt: dat gevoel van mij, dat er meer is in het leven dan in woorden gevat kan worden is misschien voorbij conditioneringen. Die kracht in mij die tot zelf-expressie dwong had zeker niets met woorden te maken, en het verband met conditioneringen is alleen te vinden als je de emoties daarin mee neemt.

Dat is de kracht van Krishnamurti’s leringen: zijn vermogen te laten zien dat er meer is in het leven dan cultuur, dan gedachte, dan geheugen. Maar al die dingen: gedachten, cultuur en geheugen zijn deel van wat IS.

Voor mij, als auteur, is dat Andere, dat Naamloze Iets, de bron van mijn schrijven. Maar, misschien gaat het pas wat betekenen als ik het wel in woorden weet te vatten. Pas als ik het integreer in mijn leven, met de cultuur van vandaag zoals ik die ervaar, met mijn context, mijn emoties. Het betekent pas iets als ik woorden vind om mijn ervaring te communiceren aan jullie: mijn publiek. En dat is iets wat Krishnamurti zeker NIET gezegd zou hebben.

Dat zou een leuke conclusie van dit stuk zijn, maar het is niet helemaal eerlijk. Het suggereert dat ik geen enkele waarde aan Krishnamurti’s leringen toeken. Dat doe ik wel – het hele feit dat ik het de moeite waard vind het met hem oneens te zijn laat zien hoezeer zijn leringen deel zijn van mijn pad.

Dat is de filosofische manier om ermee om te gaan. Het wordt wel gezegd dat de hele geschiedenis van de Westerse filosofie samen gevat kan worden als een dialoog met Plato en Aristoteles. Elke generatie filosofen herinterpreteert hen en vindt nieuwe perspectieven op wat zij schreven. Het feit dat ze nog steeds geciteerd worden – en het doet er nauwelijks toe of dat met instemming is, of niet – is een uiting van hun belang. Op de zelfde manier is het een uiting van Krishnamurti’s belang voor mij dat ik tegen hem in ga.

In de mate dat we in woorden leven is dat waar we ons tegen afzetten even belangrijk als dat wat we bevestigen. Het heeft te maken met hoe we onszelf in ons eigen mentale universum positioneren.

[Geïnspireerd door Charles Taylor in Dilemmas And Connections.]

{ 9 comments }

Previous post:

Next post: