De Sleutel tot Zelf-Bevrijding, Encyclopedie van de Psychosomatiek

Toen ik laatst een paar honderd euro uit gaf in een boekhandel hier in Leiden heb ik dit boek al zien staan, maar het zat in plastic. Vervolgens, op bezoek bij een lid van onze Haagse Theosofische loge, liet zij me dit boek zien. Haar Bijbel zei ze.

Tja – en al lezend: al mijn medische klachten van het afgelopen jaar opzoekend kwam er een brok in mijn keel. Emoties die bij die hernia hoorden kwamen er uit. Die oorontstekingen, die jeukerige neus.

Op weg naar huis gelijk langs die boekhandel en ‘De Sleutel tot Zelf-Bevrijding’ van Christiane Beerlandt in huis gehaald. Het is het soort boek waarvan je verwacht dat het in de jaren 60 geschreven is, maar het is van 1992. Intussen in zijn 14e druk.

En terecht.

De scepticus in mij zegt dat het niet meer is dan wat psychobabbel rond de logische associaties met ziekten. Tja, maar dat doet niets af aan het feit dat dit boek me geholpen heeft een knoop door te hakken (gisteren) waar ik al maanden tegenaan hik. Het doet niets af aan het feit dat, zelfs in onze tijd met een hele goede medische stand, ziekten op zijn minst ook een psychologische kant hebben: en die aanspreken is een hele kunst. Zeker als je middenin die ziekte zit.

Ik heb altijd last gehad van psychosomatische ziektebeelden. Vroeger had dat de vorm van een weekendje op de bank liggen, of een flauwte af en toe. Naar de normen van doctoren behoorlijk gezond dus: die flauwtes hielden op en af en toe verkouden verschijnt niet eens op de radar van de huisarts.

De positieve kant is dat als het emotioneel niet goed met me gaat, mijn lichaam dat heel snel aan geeft. De kans dat ik mezelf voorbij loop is dus, riep ik weleens, niet zo heel groot.

En toch is dat wat ik de afgelopen drie jaar gedaan heb, concludeer ik terugkijkend. En mijn lichaam gaf dat inderdaad aan: van huidallergie en infectie, (gelukkig tijdelijk) tot chronisch opgezwollen klieren in mijn neus. En als gevolg daarvan regelmatig oorontstekingen, drie de afgelopen 12 maanden (kunnen er ook meer zijn). En als klap op de vuurpijl een hernia twee maanden geleden. Die is gelukkig grotendeels over intussen, maar ik ben wel heel erg met mijn lichaam geconfronteerd de afgelopen tijd.

Ik ben dan zo dat ik braaf doktersadvies op volg, maar ondergronds hebben al deze zaken vaak ook een psychische betekenis.

Christianne Beerlandt weet die betekenis niet alleen te duiden, maar ook de transformatie aan te geven die nodig is om er door te komen.

Misschien is het niet meer dan een vorm van betekenis geven, troost, steun aan mensen die het hard nodig hebben. Misschien wordt het in de toekomst zodanig een religie dat het verstikkend gaat werken, maar Christiane probeert daarop alvast vooruit te lopen door te zeggen:

Tenslotte, laat dit boek als een ‘Sleutel’ fungeren, maar hou hem niet vast. Ga door, leer zelf, en wees je eigen meester. Grijp nooit een richtingaanwijzer vast, je kan er alleen dankbaar gebruik van maken om sneller op jouwlevensspoor te geraken. (p. 8 )

En, gelukkig, geeft Christiane meerdere malen in dit boek aan dat je OOK gewoon naar de dokter moet gaan voor serieuze klachten.

[Geschreven in 2011]