» Home » Theosofie » Wat maakt ons mensen? over evolutie en religie

Wat maakt ons mensen? over evolutie en religie

by Katinka Hesselink - Overpeinzende.nl on June 17, 2009

Even terug naar de basis

Omdat ik met behulp van Amit Goswami in de evolutietheorie gedoken ben, heb ik besloten nog eens te kijken wat dat ook weer precies was. Het Mei 2009 nummer van Scientific American gaat gedeeltelijk over evolutie, dus dat komt goed uit. Er staat bijvoorbeeld een stuk in over een conferentie van creationisten waar een wetenschapper naar toe ging. Die constateert, met slechts lichte ontsteltenis, dat de mensen daar niet denken dat mens en dier dezelfde voorouders hebben. Amit Goswami zit comfortabel aan de kant van de wetenschap op dit punt: hij denkt wel dat mensen een dierlijke voorouder hebben.

Als we kijken naar onze naaste verwanten – uit genetisch oogpunt – Chimpanzees hebben 99% van hun DNA met ons gemeen. Dit betekent dat wie probeert aan te tonen dat we niet verwandt zijn een gigantische taak te wachten staat. Trouwens, Blavatsky ging er vanuit dat we WEL verwant zijn, maar dat chimpanzees en andere mensapen afstammen van de eerste mensen. Niet andersom. Aangezien ze een niet-fysieke mensheid voorstelt die VOOR de fysieke uitging is haar theorie nogal lastig te bewijzen.

Terug naar die genen. Wetenschappers zijn eens gaan kijken naar die ene procent genetisch materiaal die we niet met chimpansees gemeen hebben. Ze vonden het volgende:

  • De Har1 DNA sequentie is het zelfde voor kippen en chimpansees, maar heel anders voor mensen. Deze genen spelen een belangrijke rol in hoe ons brein zich ontwikkelt, in het bijzonder de cerebrale cortex die verantwoordelijk is voor abstract denken.
  • Een ander brein gerelateerde sequentie, ASPM, stuurt simpelweg het formaat van onze hersenen. Het menselijk brein is veel groter dan dat van andere dieren, in vergelijking met ons gewicht.
  • De FOXP2 DNA sequentie is ook nogal anders dan bij chimpansees en stuurt onze spraakorganen aan. Het zijn waarschijnlijk deze genen die onze spraak mogelijk maken en ze waren al aanwezig in Neanderthalers.
  • Har2 is een stuk DNA die de pols helpt creëren – daardoor kunnen we complexe gereedschappen maken (zodat ik dit tienvingerig kan typen).
  • AMY1 helpt ons om stijfsel te verteren. Vergeleken met andere primaten hebben we hier veel van. Dit hielp vroege mensen waarschijnlijk om een grote variatie van voedselsoorten te consumeren. Koken helpt ons ook om planten te verteren, maar de eerste mensen konden al veel verteren zonder die hulp. Vergelijkbaar hiermee is een recente gen adaptatie die het mensen uit Afrika en Europa mogelijk maakt melk te verteren. Dit gen, LCT, komt maar in een gedeelte van de menselijke populatie voor en helemaal niet in apen. Dit verklaart waarom mensen met Asiatische voorouders melk niet kunnen verteren; dit noemen we normaal gesproken een melk allergie. Maar het feit is dat het wel kunnen verteren van melk een vrij nieuw vermogen is dat mensen elders verworven hebben maar dat nog niet in de hele menselijke soort aanwezig is.

Al deze dingen zijn, natuurlijk, fysieke eigenschappen van menselijke wezens. Dat is tenslotte het enige waar de genetica iets over kan zeggen. Vanuit spiritueel perspectief is het misschien allemaal waar, maar niet erg bevredigend. Onze intuitie zegt dat het niet onze polsen, spraak of zelfs onze grote hersenen zijn die ons mens maken. Maar vanuit biologisch perspectief zijn dat de enige dingen die gezegd kunnen worden.

{ 10 comments }

Previous post:

Next post: